Er zijn dertien verschillende vitamines. Vier hiervan zijn vetoplosbare vitamines en negen zijn wateroplosbare vitamines. Ik beperk me hier tot de vetoplosbare varianten.

Vetoplosbare vitamines zijn de vitamines A, D, E en K. Deze vitamines zitten voornamelijk in het vet van voedingsmiddelen en kunnen in de weefsels van je lichaam worden opgeslagen. Anders dan bij de vitamines B en C kun je van vetoplosbare vitamines een voorraad in je lichaam hebben.

Een korte uitleg per vitamine …

Vitamine A

Deze vitamine is nodig voor het goed functioneren van je ogen, een gezonde huid, haar en tandvlees en bij de opbouw van weerstand tegen ziektes. Vitamine A wordt toegevoegd aan margarine, halvarine, bak- en braadproducten. Daarnaast zijn groenten en fruit, eieren (m.n. de dooier), lever, kaas, melk en melkproducten belangrijke bronnen voor vitamine A.

Vitamine D

Vitamine D zorgt ervoor dat calcium uit je voeding wordt opgenomen door je lichaam. Deze combinatie is belangrijk voor sterke botten en een sterk gebit. Daarnaast helpt vitamine D bij de opname van fosfor. De grootste bron van vitamine D zijn we zelf. Je lichaam maakt vitamine D aan net onder de huid onder invloed van zonlicht. Verder kun je een beperkte hoeveelheid halen uit margarine, halvarine, bak- en braadproducten, vlees, lever en vette vis, melkproducten.

Vitamine E 

Vitamine E bevordert de opname van vitamine A, is een antioxidant voor onverzadigde vetzuren én is een belangrijke vitamine voor rode bloedcellen en spierweefsel. Vitamine E krijg je binnen door het eten van olie, margarine, halvarine, volkoren graanproducten, brood, noten en zaden, groenten en fruit

Vitamine K 

Vitamine K is belangrijk voor de bloedstolling. Deze vitamine wordt, net als vitamine D, door je lichaam zelf gemaakt, namelijk uit bacteriën in je dikke darm. Alleen pasgeboren baby’s krijgen deze vitamine toegediend.

 

Bron: Vitamine Informatie Bureau